Blauw bloed anekdotes

Blauw bloed anekdotes

Verhalen, anekdotes, herinneringen

Ooggetuigenverslagen vanuit de Postbank. Belevenissen van klanten. U leest het hier allemaal.


Terug naar hoofdmenu.


Uw eigen anekdote hier? Kies in het hoofdmenu voor 'Giroblauw past bij jou' voor meer informatie.

De geschiedenis van de Girobetaalkaart (1)

ProjectenPosted by Wichert van Engelen 14 Mar, 2011 13:32

Misschien wel het grootste succes van de PCGD / Postgiro / Postbank: de Girobetaalkaart.

Een betaalmiddel in winkels. Buitenlands geld opnemen in den vreemde. Kopen op afbetaling. Snel een kortlopend krediet. 'Wie heeft er niet zijn vakantie in Frankrijk kunnen rekken door met zijn girobetaalkaarten geld op te halen in een stoffig Frans postkantoor?'

Het eerste model GBK (de ponskaart) tot 100 gulden gegarandeerd (1968)

In het begin was de girobetaalkaart eigenlijk weinig anders dan een (voor de winkeliers) gegarandeerde overschrijvingskaart met een limiet van honderd gulden. In de winkel betaalde je door op de girobetaalkaart het bedrag in te vullen. De winkelier stuurde de GBK op naar de Postbank waar die verder eigenlijk behandeld werd als ware het een gewone overschrijving. Daarbij was 'doorboeken' wel toegestaan. Dat wilde zeggen dat de overschrijving doorging, ook als er te weinig geld op de rekening stond.

Voor zowel winkelier als klant biedt de GBK ongekende mogelijkheden. Voor iets groter uitgaven hoef je geen contant geld meer mee te nemen, maar alleen je pasje en de betaalkaarten ('bewaar uw girobetaalkaarten en pasje altijd gescheiden!'). Kopen op afbetaling is simpel geregeld. Je betaalt in de winkel met een aantal betaalkaarten en spreekt met de winkelier af dat hij niet alle kaarten in één keer opstuurt. Elke keer dat de winkelier een kaart naar de giro opstuurt, betaal je een deel van de aankoop af. Geen financieringsmaatschappij, geen lening, geen rente.

In 1967 wordt de girobetaalkaart in Nederland geintroduceerd. Vanaf 1969 kan er geld mee worden opgenomen in het buitenland. In eerste instantie alleen inde Scandinavische landen, Duitsland en Frankrijk, maar elk jar worden er meer afspraken gemaakt met buitenlandse girodiensten zodat twintig jaar later meer dan 6.6 miljoen kaarten worden gebruikt in 39 verschillende landen. Koplopers zijn Frankrijk, Duitsland, Spanje en Oostenrijk.

Het eerste slappe model - vanaf 1984 (deze afbeelding van later: zie Postbank-logo)

Maar het binnenlands gebruik is zo mogelijk nog indrukwekkender. In 1986 worden maar liefst 226 miljoen girobetaalkaarten ingewisseld. In 1987 hebben 3.2 miljoen rekeninghouders een 'vergunning' voor het gebruiken van betaalkaarten (als rekeninghouder moet je een regelmatige voeding op je rekening hebben om girobetaalkaarten te mogen gebruiken). In deze pré-pinnen tijd zijn er 300.000 punten waar je met een betaalkaart kunt betalen. Gemiddeld gebruikt een rekeninghouder 75 betaalkaarten per jaar.
Zeker vlak voor de zomervakanties neemt het gebruik een grote vlucht. Afhankelijk van je vergunning krijg je als rekeninghouder een setje van 10 of 20 betaalkaarten. De Postgiro houdt bij hoeveel van je betaalkaarten zijn opgestuurd. Nog voordat je setje op is, krijg je een nieuw setje thuisgestuurd. Als je het goed uitkient, kun je dertig kaarten in huis hebben. Met een enkel telefoontje kun je vervolgens vragen om een extra setje. Dan kun je met 50 betaalkaarten op vakantie. Elke kaart is inwisselbaar voor 200 gulden. Dat wil zeggen dat je 1000 gulden vakantiegeld hebt, ongeacht het saldo op je girorekening.
Toch worden van de 230 miljoen gebruikte betaalkaarten per jaar (eind jaren tachtig) maar 3% uitgegeven in het buitenland.

Wordt vervolgd.

Het laatste gebruikte model - vanaf 1989

  • Comments(0)