Blauw bloed anekdotes

Blauw bloed anekdotes

Verhalen, anekdotes, herinneringen

Ooggetuigenverslagen vanuit de Postbank. Belevenissen van klanten. U leest het hier allemaal.


Terug naar hoofdmenu.


Uw eigen anekdote hier? Kies in het hoofdmenu voor 'Giroblauw past bij jou' voor meer informatie.

CTK - Centrale TelKamer

MedewerkersPosted by Wichert van Engelen 23 Oct, 2009 09:13
Een dag uit het leven van Th. G. Lucassen, werkzaam op de Centrale Telkamer van de Postcheque- en Girodienst (1956).

Na de halve ochtend telstroken voor stortingen intikken, was de claxon van een van de werkuitdelers ten teke dat de pauze van 15 minuten was ingegaan een welkom signaal.
Je schakelde dan de Kienzle of Burroughs telmachine uit, pakte je zakje brood en peuzelde je boterham op.
Tijdens de pauze werd er muziek gedraaid die werd verzorgd door de ‘Girostudio’s’.
Ook werd de pauze gebruikt om naar het toilet te gaan. Als je tijdens het werk naar het toilet wilde, moest je eerst toestemming vragen en de gebruikte tijd ging natuurlijk ten koste van je aantallen!
Aan het einde van de pauze drukte de werkuitdeler weer op de knop van de claxon en ging iedereen weer verder met tikken.
Tijdens de middagpauze mocht je wel van de zaal af om naar de kantine te gaan. Dit mocht alleen met de paternosterlift of via de wenteltrap achter in het gebouw. Dus niet via de centrale marmeren trappen. Dat was een voorrecht voor de hoger geplaatsten.
De paternosterliften (continu doorlopende liften) waren toen al tamelijk uniek. Het gebouw aan het Spaarneplein had er twee: één in eikenhouten uitvoering en een in een moderne stijl. Als je vergat om op tijd uit de lift te stappen, moest je het ritje via de zolder voortzetten om daarna weer naar beneden te gaan. Om paniek te voorkomen, stond dit zelfs op een bordje in elke lift.
In de Haagse liften zijn heel wat Girohuwelijken ontstaan.

Op de bovenverdieping aangekomen, kon je kiezen tussen de A en C kantine. De B-kantine was alleen bestemd voor chefs. De A-kantine was vrij donker. Je kon zien dat dit vroeger de zolder van het gebouw was geweest. De C-kantine was een stuk lichter, en had twee mooie aquaria staan. Bovendien was er een fraaie wandschildering aangebracht die het Girosysteem ten tijde van het oude Egypte afbeeldde.
In de kantine kon je met koffie-, thee- of chocoladebonnen die je eenmaal per week kon kopen, een consumptie kiezen. Je moest in de kantine met vork en mes eten. Er mochten niet meer dan vier personen aan een tafeltje zitten. Daar werd streng op toegezien.
Na d middagpauze verliep de middag zoals de ochtend, met dit verschil dat je ’s middags wel naar de kantine mocht voor een kopje thee.
In de gebouwen liep altijd ‘manke Piet’ rond. Een controleur in PTT-uniform die tot taak had te controleren of er op de toiletten niet werd gerookt. Als hij je betrapte, werd je naam doorgegeven aan je leidinggevende die vervolgens de strafmaat bepaalde. Je moest echt bij het klapraampje gaan staan en de sigarettenrok naar buiten blazen, want als je van het toilet kwam, rukte ‘manke Piet’de deur open en snuffelde of er gerookt was.
Tevens lette deze controleur erop dat er niet op de gangen werd gerend, en of niet-bevoegden zich op de marmeren trappen bevonden.
’s Middags kwam in de zomer bijna dagelijks het moment dat de lucht ververst werd. Er mochten geen ramen geopend worden, omdat de wind de formulieren in de war kon gooien. Als het erg benauwd werd, kwam de stempelkussenbevochtiger met een flitspuit de afdeling op en spoot ‘frisse lucht’ rond.
De benauwdheid op de afdeling werd nog eens versterkt doordat het voor het personeel te verleidelijk was om (vanaf de eerste verdieping) naar buiten te kijken. De afdelingsleiding had daar al snel een slimmigheidje op gevonden: de ramen werden met witsel ondoorzichtig gemaakt.

TH. G. Lucassen (J. Kokken)
Met toestemming van de auteur deels overgenomen uit ‘De mens achter de Leeuw’

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post78