Blauw bloed anekdotes

Blauw bloed anekdotes

Verhalen, anekdotes, herinneringen

Ooggetuigenverslagen vanuit de Postbank. Belevenissen van klanten. U leest het hier allemaal.


Terug naar hoofdmenu.


Uw eigen anekdote hier? Kies in het hoofdmenu voor 'Giroblauw past bij jou' voor meer informatie.

Op vakantie

Het merk PostbankPosted by Wichert van Engelen 18 Nov, 2009 13:11
De girobetaalkaart heeft het reizen naar het buitenland stevig ondersteund.
De Postbank herinnerde dan ook telkens al haar klanten aan een komend reisje naar het buitenland:



De herinneringen waren regelmatig 'vermomd' als dienstmededelingen. Bijvoorbeeld over het opnamebedrag.



En zoals te verwachten was van een (toen nog) overheidsbedrijf: de veiligheid ging boven alles:




  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post83

Dakpannen

Het merk PostbankPosted by Wichert van Engelen 12 Nov, 2009 12:32
In de bijdrage hieronder ziet u de rentepercntages van jaren geleden. Dat waren nog eens tijden.
Enkele jaren geleden waren de rentepercentages een stuk laag, maar niet zo laag als de Postbank op de Leeuwrekening gaf.

Gelukkig heeft de ING recent aangekondigd niet langer de klanten te lokken met nieuwe spaarvormen met hoge rentes en ondertussen steeds een beetje rente af te snoepen van de niet-oplettende bestaande klanten (het roemruchte dakpannen-systeem).
Niet alleen een stap die het vertrouwen in de bank op termijn weer wat kan herstellen, maar ook een verstandige zet omdat veel klanten die merkten dat ze jarenlang een rente hadden ontvangen die flink onder de inflatie lag, reageerden met een eenvoudige stap:



  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post82

Direct bankieren

Het merk PostbankPosted by Wichert van Engelen 11 Nov, 2009 15:39
Met internet is het vanzelfsprekend, en hebben alle banken een directe verbindign met hun klanten, maar de Postgiro is toch echt de uitvinder van het spammen.
Bij elke afschrift (en vroeger kreeg je die bij elke mutatie van je rekening) wist de bank wel een melding te bedenken.
Hele gewone, meer een mededeling:


Maar minstens zo vaak waren het regelrechte reclames. Zoals de oproep om de nieuwe blauwgeldgids op te gaan halen (hoe verhoog ik de aanloop bij de postkantoren?)


Binnenkort hier nog wat voorbeelden.
Maar deze aflevering sluit ik af met nostalgie: dat waren nog eens rentepercentages!



  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post81

In memoriam: Jos Kokken (Th. G. Lucassen)

MedewerkersPosted by Wichert van Engelen 06 Nov, 2009 13:58
Gisteravond hoorde ik het droeve nieuws dat Jos Kokken is overleden. Jos was een ex-Postbanker in hart en nieren, mede-oprichter van het IT-museum in het Gkt Arnhem en auteur van "De mens achter de Leeuw - Hoe een gironees werken en leven combineerde" (onder het welbekende pseudoniem Th. G. Lucassen). Hij overleed tijdens het werken voor het museum.
De herinneringen van Jos zijn de basis geweest van flink wat stukjes op deze Blauw-bloed website.
Het heengaan van Jos is allereerst een zwaar verlies voor zijn familie en vrienden. Ik wens hen vanaf deze plek alle sterkte toe.
Wichert

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post80

Global prayer

CultuurPosted by Wichert van Engelen 28 Oct, 2009 08:52
We waren goed en wel Postbank, toen de Voorzitter van de Raad van Bestuur aankondigde dat we een 'global player' moesten worden om als bank te overleven.
Behoud van het goede van de Postbank maakte al snel plaats voor import van on-Postbankse activiteiten. Afschaffing van de excessen (steeds méér formulieren, vaak erg klant-onvriendelijk - denk aan de handtekeningkaarten met microscopische ruimte voor je handtekening) maakte plaats voor een stroom van nieuwe producten, waar geen Postbankklant op zat te wachten.
Toegegeven: sommige waren een aanwinst. Directoraten Hypotheken, Consumptief Krediet en Particulieren deden hun best de Postbank-identiteit overeind te houden. Girotel was een fraai staaltje. Maar voor de rest betekende het opgelegde 'me too'-gedrag het begin van het einde. Global player ... het was sein op groen voor het prijsgeven van de eigen identiteit. Een huiver trok door de zaal ... de Nieuwe Zijds Kapel, in 1987 als ik me dat goed herinner. Minstens één aanwezige dacht dat het ging om een 'global prayer'.

Loek Hopstaken

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post79

CTK - Centrale TelKamer

MedewerkersPosted by Wichert van Engelen 23 Oct, 2009 09:13
Een dag uit het leven van Th. G. Lucassen, werkzaam op de Centrale Telkamer van de Postcheque- en Girodienst (1956).

Na de halve ochtend telstroken voor stortingen intikken, was de claxon van een van de werkuitdelers ten teke dat de pauze van 15 minuten was ingegaan een welkom signaal.
Je schakelde dan de Kienzle of Burroughs telmachine uit, pakte je zakje brood en peuzelde je boterham op.
Tijdens de pauze werd er muziek gedraaid die werd verzorgd door de ‘Girostudio’s’.
Ook werd de pauze gebruikt om naar het toilet te gaan. Als je tijdens het werk naar het toilet wilde, moest je eerst toestemming vragen en de gebruikte tijd ging natuurlijk ten koste van je aantallen!
Aan het einde van de pauze drukte de werkuitdeler weer op de knop van de claxon en ging iedereen weer verder met tikken.
Tijdens de middagpauze mocht je wel van de zaal af om naar de kantine te gaan. Dit mocht alleen met de paternosterlift of via de wenteltrap achter in het gebouw. Dus niet via de centrale marmeren trappen. Dat was een voorrecht voor de hoger geplaatsten.
De paternosterliften (continu doorlopende liften) waren toen al tamelijk uniek. Het gebouw aan het Spaarneplein had er twee: één in eikenhouten uitvoering en een in een moderne stijl. Als je vergat om op tijd uit de lift te stappen, moest je het ritje via de zolder voortzetten om daarna weer naar beneden te gaan. Om paniek te voorkomen, stond dit zelfs op een bordje in elke lift.
In de Haagse liften zijn heel wat Girohuwelijken ontstaan.

Op de bovenverdieping aangekomen, kon je kiezen tussen de A en C kantine. De B-kantine was alleen bestemd voor chefs. De A-kantine was vrij donker. Je kon zien dat dit vroeger de zolder van het gebouw was geweest. De C-kantine was een stuk lichter, en had twee mooie aquaria staan. Bovendien was er een fraaie wandschildering aangebracht die het Girosysteem ten tijde van het oude Egypte afbeeldde.
In de kantine kon je met koffie-, thee- of chocoladebonnen die je eenmaal per week kon kopen, een consumptie kiezen. Je moest in de kantine met vork en mes eten. Er mochten niet meer dan vier personen aan een tafeltje zitten. Daar werd streng op toegezien.
Na d middagpauze verliep de middag zoals de ochtend, met dit verschil dat je ’s middags wel naar de kantine mocht voor een kopje thee.
In de gebouwen liep altijd ‘manke Piet’ rond. Een controleur in PTT-uniform die tot taak had te controleren of er op de toiletten niet werd gerookt. Als hij je betrapte, werd je naam doorgegeven aan je leidinggevende die vervolgens de strafmaat bepaalde. Je moest echt bij het klapraampje gaan staan en de sigarettenrok naar buiten blazen, want als je van het toilet kwam, rukte ‘manke Piet’de deur open en snuffelde of er gerookt was.
Tevens lette deze controleur erop dat er niet op de gangen werd gerend, en of niet-bevoegden zich op de marmeren trappen bevonden.
’s Middags kwam in de zomer bijna dagelijks het moment dat de lucht ververst werd. Er mochten geen ramen geopend worden, omdat de wind de formulieren in de war kon gooien. Als het erg benauwd werd, kwam de stempelkussenbevochtiger met een flitspuit de afdeling op en spoot ‘frisse lucht’ rond.
De benauwdheid op de afdeling werd nog eens versterkt doordat het voor het personeel te verleidelijk was om (vanaf de eerste verdieping) naar buiten te kijken. De afdelingsleiding had daar al snel een slimmigheidje op gevonden: de ramen werden met witsel ondoorzichtig gemaakt.

TH. G. Lucassen (J. Kokken)
Met toestemming van de auteur deels overgenomen uit ‘De mens achter de Leeuw’

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post78

Persoonlijke targets

MedewerkersPosted by Wichert van Engelen 16 Oct, 2009 12:01
Ook in 1956 moesten de medewerkers al hard werken. En of je hard genoeg werkte, werd van elke medewerker vastgelegd. Th. G. Lucassen, werkzaam op de Centrale Telkamer van de Postcheque- en Girodienst vertelt.

Nadat ik ’s ochtends de presentielijst had getekend, kreeg ik een werkstaat waarop ik van alle soorten werkzaamheden die ik uitvoerde een bon moest invullen. Op die bon vulde je in hoe laat je was begonnen met bijvoorbeeld het tikken van telstroken voor stortingen, hoeveel stortingsformulieren het waren, hoe laat je klaar was met dit werk, en hoeveel minuten je er over gedaan had. Dan ging je weer ander werk doen en de hierboven beschreven procedure herhaalde zich weer.
Deze werkbonnen werden gebruikt om te controleren of je wel genoeg je best deed.
Voor de controle van deze bonnen waren twee dames aangesteld, die er een dagtaak aan hadden alle aantallen en tijden op de personeelslijsten te vermelden.
Eenmaal per week werden de resultaten door hen vermeld op een soort scorebord dat voor in de zaal hing. Zo konden al je collega’s zien of je wel hard genoeg werkte.

TH. G. Lucassen (J. Kokken)
Met toestemming van de auteur deels overgenomen uit ‘De mens achter de Leeuw’


  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post77

Vader over de streep

Klanten en medewerkersPosted by Wichert van Engelen 10 Oct, 2009 11:04
Mijn vader was sinds jaar en dag klant van de Amsterdam-Rotterdam Bank, de bank die uiteindelijk ABN Amro werd. Hij was een trouwe klant, die de bij de service, dienstverlening en kosten van zijn bank geen enkel vraagteken plaatste. Toen ik bij in 1980 bij Postgiro Rijkspostspaarbank in dienst trad, had ik weinig argumenten en eerlijk gezegd ook weinig motivatie om hem te bewegen om financiële activiteiten over te hevelen naar mijn nieuwe werkgever.
Ik ging bij Postgiro Rijkspostspaarbank werken om in elk geval aan inkomsten te komen. Mijn vorige werkgever, een ingenieursbureau dat waterzuiveringsinstallaties ontwierp en liet bouwen, was vrijwel failliet. Ik werkte daar op de projectadministratie en voor mij was er na afloop van mijn tijdelijke contract geen plaats meer. De entree bij Postgiro Rijkspostspaarbank verliep eigenlijk buitengewoon gladjes. Tijdens het sollicitatiegesprek wist ik met enige bravour een extra salarisstap los te peuteren, hetgeen mijn collegae mij, zodra ik daar tijdens de eerste periode van mijn dienstverband over vertelde tot mijn verbazing zeer kwalijk namen, vermoedelijk omdat zij zelf die mogelijkheid niet hadden uitgeprobeerd. Later ben ik gaan begrijpen dat die verontwaardiging een typische uiting was van de toen nog heersende ambtenarencultuur, waarbij salarisstappen alleen werden veroorzaakt door ancienniteit en niet door prestaties. Gelukkig is die cultuur in de jaren daarop redelijk snel verdwenen.
Toen ik na ruwweg een jaar in beeld kwam om plaatsvervangend teamleider te worden, werd ik meer en meer gegrepen door het bedrijf en de toenemende dynamiek die het vertoonde. Het was de periode van de aanloop naar de Postbank. Toen die Postbank er in 1986 eenmaal was, voelde ik mij allang geen gewone werknemer meer, maar Postbanker. Het gevoel van enorme verbondenheid met het bedrijf had zich ook van mij meester gemaakt. Dit gevoel is tot het eind van mijn dienstverband (2007) gebleven.

Ik trachtte natuurlijk met grote regelmaat mijn vader ervan te overtuigen, dat hij bij Postbank veel beter af was dan bij zijn favoriete Amro Bank, zowel qua kosten als ook spaarrente . Hij was echter een koppige Amro-klant, die zich niet makkelijk liet sturen. Tot hij op een dag toch maar eens de proef op de som nam. Ik had hem een foldertje gegeven over de Postbank Renterekening met de bijbehorende folder Rentepercentages. Na die informatie tot zich te hebben genomen, ging hij bij zijn vaste Amro kantoor vragen of zij hem konden uitleggen waarom de Postbank veel gunstiger spaarvoorwaarden bood dan Amro. Toen de Amro-medewerkster hem aan het loket zonder blikken of blozen vertelde, dat zijn informatie over de Postbank Renterekening (informatie die mijn vader dus zelf uit het foldertje van de Postbank had gehaald) helemaal niet klopte (“nee hoor, u kunt van die rekeningen van Postbank helemaal niet kortingvrij opnemen en de spaarrente daarop is lager dan bij ons”), was hij ineens om. Een paar weken later was een groot deel van zijn oudedagsvoorziening ondergebracht bij Postbank Sparen.

Vanaf dat moment was ook mijn vader een warm pleitbezorger van Postbank, hetgeen mij als zoon en als Postbanker natuurlijk buitengewoon goed deed. Het voelde bijna net zo fijn als een functiewisseling die gepaard ging met een hogere salarisschaal. Ik werd vanaf dat moment ook meer en meer de financiële (Postbank-)adviseur van mijn ouders en ben dat gebleven tot uiteindelijk mijn moeder in 1999, 12 jaar na mijn vader overleed.

Peter Polak


  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post76

Herinneringen aan OBV (6) - De kantoren

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 08 Oct, 2009 10:33
Frans Hoogstede werkte 44 jaar bij de giro. In een zesdelige serie blikt hij terug.


Arnhem:
Rijnkade, vijf geschakelde barakken op de plaats waar nu de oprit voor de Nelson Mandela-brug is gesitueerd (de ‘golven’). Direct aan de Rijn dus.
Oude Kraan, ook een noodgebouw dat tijdens mijn diensttijd (’63 /’64) ten westen van het gebouw Rijnkade werd opgetrokken. Ik herinner me de nachtelijke tochten met een kar met bakken ponskaarten tussen deze twee gebouwen.
Kerkstraat Arnhem, een fraai, nu nog bestaand gebouw, waarin opleidingen werden gegeven
Archief Duiven, opslag voor onder andere de dagelijkse duplicaat gegevenstapes (zoals met Saldi en NAW)
Ahrendgebouw, (Velperweg) waarachter vaak nog parkeerplaatsen waren als bij het gebouw Molenbeeke geen plaats meer was.
Molenbeeke, een gezellig klein kantoortje waar we in de loop der jaren twee perioden gehuisvest zijn geweest vanwege ruimtegebrek in het Kruisgebouw.
Velperweg, kruisgebouw: verdrong eind jaren zestig een aantal fraaie bomen en monumentale villa’s op de Velperweg. Een enorm gebouw voor die tijd dat vanaf 1968 werd betrokken.

Den Haag:
Beatrixlaan, de CADM ofwel Centrale administratie. Vierkant kantoorgebouw.
Spaarneplein, de eerste vestiging van de PCGD. Een fraai gebouw waarvan de monumentale hal en de vrij unieke jacobslift nog het meest indruk op me hebben gemaakt.
Laan van Meerdervoort, waar onze directie lang heeft gezeteld.
Zeestraat: klein kantoor waarin voornamelijk ontwikkelaars waren gehuisvest. Schuin tegenover Panorama Mesdag met een parkeergarage alleen bereikbaar met een enge autolift.
Vissekom (Bontekoekade); modern vierkant gebouw dat zijn naam dankte aan zijn volledig glazen buitenkant. Nooit goed de weg in kunnen vinden. Je bereikte het via het fraaie station Hollandspoor.

Amsterdam:
Leeuwenburg aan de Amstel: hadden ze nooit moeten verlaten. Ideaal gesitueerd: pal aan het station.
Haarlemmerweg, na de verplaatsing van het station Sloterdijk een stuk minder makkelijk bereikbaar.
Een hele partij gebouwen in ZO die ik met wisselende frequentie heb bezocht: Amsterdamse poort, Nieuw amsterdam, Financial plaza en de Olifant (hoe bedenken ze de namen).

Gouda:
Codeercentrum, een laagbouw vol onnavolgbaar snel tikkende dames die de geschreven mutaties vertaalden in ponsgaatjes.

Zoetermeer:
Een te automatiseren drukkerij-administratie..

Leeuwarden:
Avero: tegenover het station.
Zwei (de paddestoel).
Philips (bevolkt door onze Friese ontwikkelaars).
En ook nog eventjes: een gebouw bij “Us mem” (een standbeeld, een friese ode aan de koe), waarvan ik de naam niet meer kan achterhalen.

Dit was het laatste deel van een serie met OBV-herinneringen van Frans Hoogstede.

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post75

Herinneringen aan OBV (5) - SenP

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 06 Oct, 2009 16:34
Frans Hoogstede werkte 44 jaar bij de giro. In een zesdelige serie blikt hij terug.

S en P: Systeemanalyse en Programmering.
Later heeft deze afdeling nog vele namen gekend: cdAUT (concerndienst Automatisering), DIT (Divisie InformatieTechnologie, en verschillende variaties op SO (SysteemOntwikkeling)

Ontwikkelen was in 1976 nog simpel: je had programmeurs en later systeemanalysten en daarmee waren de functies wel op. Volmac was toen nog niet in beeld: we begonnen met een aantal kandidaten aan een algemene automatiseringsopleiding bij een onderdeel van Post: Directoraat automatisering (DAUT) in Leidschendam. Gedurende vier weken werden we ingewijd in de geheimen van hardware, schema’s en tabellen, (basic) programmeren en bestandsorganisatie.
Ik herinner me dat we met een aantal gelukkigen de eerste week in een gribushotelletje in Voorburg bivakkeerden. Dat beviel toch niet zo geweldig want daarna zijn we op en neer aan het reizen geslagen. Al met al denk ik, dat hetgeen we daar toen hebben geleerd, thans gemeengoed is op de basisschool.
Geslaagd en wel keerden we terug op ónze basis en konden we … verder met studeren want er moest in zelfstudie COBOL en ASSEMBLER worden geleerd. Onder leiding van een ervaren programmeur konden daarna de eerste stapjes worden gezet op het programmeerpad.
Een programma schrijven betekende toen nog: de instructieregels op (speciaal) papier zetten, in hokjes, in blokletters, zodat de codeersters dit gemakkelijk konden overnemen. Naar een speciale sectie van Codering brengen. Gecodeerde 80 kolomskaarten controleren en eventueel laten herstellen. Dan wandelde je vol verwachting naar de computerzaal om je kaarten in te lezen, een proefrun te maken en je coding op papier te krijgen. Vol verwachting, omdat je de eerste keren er van uit ging, dat je foutloos gewerkt had. Dat is mij (en veel collega’s) echter in al die jaren nooit gelukt: er was altijd wel íets mis. Dan ging het procesje weer opnieuw draaien: foutjes aangeven, roltrappen op om te laten coderen of verbeteren, en weer terug naar de computer …. totdat je ook werkelijk resultaat boekte en zowaar het machien teruggaf, dat er geen systax-fouten meer in het programma zaten. Dan moest uiteraard nog worden getest of het programma deed, wat je klant en jij hadden bedoeld.
Dat waren ook de jaren, dat je als programmeur zowat je eigen werk schiep: de afdelingen of managers waren blij als je hen op de mogelijkheden van de computer binnen hun proces wees. “Verslagje zo?”. “O, kan dat ook al, doe maar!” Niks requirements. Niks functioneel ontwerp.
Grotere systeemtesten deed je met een paar man ’s avonds als de computer (IBM 360) toch niet werd gebruikt. Kwestie van aanzetten, opstarten en draaien. Het leven was toen nog simpel.

Wordt vervolgd.

Dit is deel 5 van een zesdelige serie met OBV-herinneringen van Frans Hoogstede.

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post74

Herinneringen aan OBV (4) - Elektronische Verwerking

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 05 Oct, 2009 14:25
Frans Hoogstede werkte 44 jaar bij de giro. In een zesdelige serie blikt hij terug.

1967: het computertijdperk had al een tijdje zijn intrede gedaan en na het behalen van mijn MULO-diploma mocht ik daar ook een onderdeel van gaan uitmaken. Ik werd opgeleid tot operator bij de IBM 1401. Op het laatst stonden er 14 van deze computers waar de massale voor-verwerking op werd gedaan. Dat was dan het inlezen van de diverse soorten opdrachten en het sorteren daarvan. Daarnaast stond er nog een vijftal waar alles werd samengevoegd en waar de boeking plaats vond.
Ergens in het computermuseum staat nog wel zo’n apparaat. Ze vulden per stuk ongeveer een huiskamer en hadden naast een inleeseenheid 5 manshoge tape-units en een centrale processor met een intern (ringetjes) geheugen van naar ik meen wel 64 kilobytes!
Het opdrachtenpakket werd weggewerkt in afwisselend een dag- en een nachtshift met begintijden van resp. 08.00u en 23.30u en variabele eindtijden.
Programma’s werden op ponskaarten aangeleverd en per stuk ingelezen (programma inlezen, opstarten en uitvoeren, resetten en het volgende programma inlezen). Het aftasten van de ponskaarten gebeurde, door deze tussen een rij borsteltjes en een koperen rol door te voeren. Deze borsteltjes wilden nog wel eens defect raken en werden dan soms door ons vervangen cq gerepareerd als het wachten op een IBM-techneut wat ongelukkig uitkwam. Solderen kon ook met een aansteker (die had bijna iedereen: roken was toen nog niet ongezond)!
Het einde van een tape werd gemarkeerd door een spiegelend plakkertje. Het kwam ons wel eens goed uit om een tape-einde te forceren: dan werd het glimmend vlak van een gewone schaar tussen tape en fotocel gehouden. Overigens werd op EV vooral hard gewerkt, temeer omdat de dienst eindigde en richting huis kon worden gegaan op het moment dat alle opdrachten waren verwerkt.

Wordt vervolgd.

Dit is deel 4 van een zesdelige serie met OBV-herinneringen van Frans Hoogstede.

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post73

ING koopt tafelzilver terug

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 03 Oct, 2009 18:21
OUTSOURCING MISLUKT

De ING heeft deze week bekend gemaakt dat de outsourcing (verkoop) van het Mailingcentrum in Leeuwarden en andere documentverwerkende afdelingen en processen aan RR Donnelley definitief wordt teruggedraaid. Per 1 december zullen de betrokken medewerkers - na ruim 2 jaar - zich weer ING-er mogen noemen.

Uit het ING-bericht:
"Na de aankondiging van de voorgenomen voortijdige beëindiging van het Docking contract in juni, heeft overleg plaatsgevonden met zowel de ondernemingsraden van RRD en ING over de ingediende adviesaanvragen, als met de vakbonden over het arbeidsvoorwaardenprotocol.
De overgang naar ING betreft ongeveer 800 medewerkers, verdeeld over Nederland, België en Polen. In de komende maanden zullen alle activiteiten, medewerkers en assets naar ING worden overgedragen, en zal ING per 1 december 2009 (en voor Polen per 1 oktober 2009) de verantwoordelijkheid en de uitvoering van de activiteiten overnemen
."

In het boek 'Blauw bloed, opkomst en ondergang van de Postbank' werd uitgebreid stilgestaan bij deze outsourcing (verkoop) van onder andere het Mailingcentrum (blz 205 ev).

Al bij de eerste plannen voor het outsourcen van de documentverwerking klonk - ook binnen de Postbank - de vraag waarom een dergelijk proces, dat voor een directbank zonder kantoren tot de kern van het bedrijf hoort, aan een extern bedrijf overgedaan moest worden. Het verkopen van wat op dat moment waarschijnlijk het grootste mailingcentrum van Nederland was, met alle kennis en ervaring, paste in de megalomane strategie van de ING. Niet langer de diensten aan de klanten, maar een jaarlijkse groei van de winst van het moederbedrijf stond voorop, om daarmee de koersen en de aandeelhouderswaarde te doen stijgen.
Door de verkoop onstond een korte-termijn winst, maar stapelden de, ook in het boek beschreven problemen, zich op. Kostenbesparing door schaalgrootte bleek niet haalbaar, niet-ING klanten werden nauwelijks gevonden, en alle flexibiliteit in het proces was vervangen door moeizame onderhandelingen over wat wel en wat niet onder het contract viel.

Door het terugkopen van deze processen en afdelingen verzekert de ING zich van een ongestoorde en soepele afwerking van de documentverwerking.

Blijft wel de vraag of de managers die nauwelijks drie jaar geleden hiertoe besloten en de managers die zo soepel dit bedrijfsonderdeel verkocht hebben, nu hun hiermee verdiende bonus gaan terugstorten.

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post72

Herinneringen aan OBV (3) - De DoKa

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 02 Oct, 2009 17:08
Frans Hoogstede werkte 44 jaar bij de giro. In een zesdelige serie blikt hij terug.


Al snel toch was ik weer terug bij de afdeling Mechanische voorbereiding / tabellering; er werd nog steeds gesorteerd maar ook werden op die afdeling alle opdrachten en de afrekeningen op microfilm gezet. Deze films (Kodak, 16 mm) werden direct na oplevering in-huis ontwikkeld: mislukte er iets tijdens opname of ontwikkeling dan kon dat nog worden hersteld voordat alles het huis uit was of was opgeborgen.
Ik heb me met nog drie collega’s tot 1967 nuttig gemaakt in dit proces. Naast het filmen waren we vooral bezig in de donkere kamer: een ruimte bestaande uit twee kamers met een lichtsluis tussen het lichte en donkere deel.
In afwisselend dag en nachtdienst zorgden we er voor, dat de films werden voorzien van een label, in de donkere kamer met een ammoniak mengsel werden ontdaan van de anti-halo-laag, op het gevoel! werden opgespannen op een metalen raam van ongeveer 70x70 cm, een nauwkeurig aantal minuten werden neergelaten in een roestvrij stalen bak met ontwikkel-vloeistof (wekker!) en daarna in een bad met fixeer. Dan kon raam met film in een spoelbak/lichtsluis om na een eerste inspectie aan de andere zijde van de wand in de droogkast zijn uiteindelijke vorm te krijgen en met een viewer te worden gecontroleerd op ontbrekende/mislukte gedeeltes.
Al met al een procedure waar nogal wat wachttijd in zat, een tijd die ik meestal nuttig besteedde met het maken van huiswerk: ik wilde toch nog wat bijleren.
Ik herinner me vooral de nachten: behalve de portier was ik dan vaak de enige in het hele pand aan de Rijnkade. Daarbij speelde zich een deel van het werk af in het donker. Radio’s waren er niet dus zorgde ik zelf maar voor muziek: ik heb ook daar al heel wat af gefloten.
Een enkele maal kregen we bezoekers: voor kleine rondleidingen waren we een dankbaar onderwerp. Omdat dat vaak stoorde hebben we op zekere dag de ammoniakfles wat meer geleegd dan strikt noodzakelijk. Wíj hadden daar geen last meer van maar onze laatste! bezoekers gingen met betraande ogen snel naar een andere bezienswaardigheid.

Wordt vervolgd.

Dit is deel 3 van een zesdelige serie met OBV-herinneringen van Frans Hoogstede.


  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post71

Herinneringen aan OBV (2) - Sorteren

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 30 Sep, 2009 11:09
Frans Hoogstede werkte 44 jaar bij de giro. In een zesdelige serie blikt hij terug.

MVB (Mechanische Voorbereiding)
In april 1962 was de overgang op ponskaartjes in volle gang en mocht ik me gaan bekwamen om het mechanisch bedrijf te ondersteunen. Het handmatig sorteren werd overgenomen door machines. Daar kwam ook nog wel handwerk bij kijken maar nu kwam het aan op de snelheid die je ontwikkelde bij het vullen en leeghalen van de magazijnen van de machine. Vooral geen stapel laten vallen of een bak (met 2000 ponskaarten) omstoten want dan kon je dus opnieuw beginnen. De rijen saaie bureaus met ritselende formulieren waren vervangen door een aantal rijen ratelende sorteermachines.
Een volgende bewerking op weg naar de automatisering was het machinaal tellen en afdrukken van de gironummers en bedragen uit de ponskaarten. Dan moest je zo’n apparaat (tabelleermachine) wel eerst duidelijk maken wat je wilde. Dit ‘programmeren’ geschiedde nog met behulp van kabeltjes met aan beide zijden een stekkertje die op een bepaalde wijze velden en functies op een gaatjesbord (30x30 cm?) met elkaar verbond. Al een soort programmeren dus. Voor deze techniek heb ik eind 1962 de Basiscursus ponskaartentechniek (Hollerith) en begin 1963 de praktijkcursus IBM machines in de grote stad Amsterdam (IBM Frederiksplein) gevolgd. De afstanden waren toen nog veel groter dan nu en die twee dagen cursus waren voor mij dan ook een spannend avontuur.

Wordt vervolgd.

Dit is deel 2 van een zesdelige serie met OBV-herinneringen van Frans Hoogstede.


  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post70

Herinneringen aan OBV (1) - Sorteren

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 29 Sep, 2009 08:43
Frans Hoogstede werkte 44 jaar bij de giro. In een zesdelige serie blikt hij terug.

Stel je een grote zaal voor met aan beide zijden van het middenpad een aantal rijen van twee maal vijf houten buro’s. Je overbuurman zag je niet want die was afgeschermd door een verticaal bord, ongeveer hetgeen we nu in onze kantoortuin hebben maar dan van degelijk hout.

VB/Sort (Voorbereiding/Sortering)
Dat was nog eens een afdeling waarvan de afdelingsnaam exact aangaf, wat er gebeurde. Ik zat hele dagen slappe overschrijvingsformulieren handmatig te sorteren en dat gedurende 45 uren: 5 dagen van acht uur en de zaterdag tot 13.00u. Van RSI hadden we nog nooit gehoord maar de eerste dagen had ik flink spierpijn in armen en polsen.
In dat sorteren zat een strak schema: eerst werd op rekeningnummer-af op duizendtallen gesorteerd (grof sorteren) en daarna kreeg iedereen een stapel om “fijn” te sorteren. Als het dag-pakket formulieren op volgorde lag werden deze verdeeld over de tafels van de afdeling Rekening-Courant (RC). Op RC waren de invoer voor het (af-)boeken van de rekeningen. Dit al “geautomatiseerd” met behulp van Adler of Burroughs boekhoudmachines. Als dit was gebeurd begon het riedeltje opnieuw met het sorteren op nummer-bij.
De afdeling RC was voorbehouden aan de afgestudeerden: degenen die het mulo-diploma wél in de zak hadden. Van horen zeggen: er heerste daar een streng regiem betreffende het kloppen van de “boekhouding”. Alle bedragen werden getotaliseerd en het kleinste verschil in de totale dagbalans moest worden opgelost: voor een cent verschil werd massaal overgewerkt.
De locatie in 1961 was het gebouw Rijnkade, vijf geschakelde barakken op de plaats waar nu de oprit voor de Nelson Mandela-brug is gesitueerd (de ‘golven’). Direct aan de Rijn dus, waarbij mij een tragische gebeurtenis met een silo met zand, waarbij een spelend kind onder een schuivende lading zand om het leven kwam, nog helder voor ogen staat. Een gebouw ook met wat gebreken: op hete dagen werd door de bedrijfsbrandweer water op de daken gespoten ter koeling.

Wordt vervolgd.

Dit is deel 1 van een zesdelige serie met OBV-herinneringen van Frans Hoogstede.

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post69
« PreviousNext »