Blauw bloed anekdotes

Blauw bloed anekdotes

Verhalen, anekdotes, herinneringen

Ooggetuigenverslagen vanuit de Postbank. Belevenissen van klanten. U leest het hier allemaal.


Terug naar hoofdmenu.


Uw eigen anekdote hier? Kies in het hoofdmenu voor 'Giroblauw past bij jou' voor meer informatie.

Rood staan en GBK's

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 18 Jun, 2010 11:12

Ruim dertig jaar geleden nam de verspreiding en het gebruik van girobetaalkaarten flink toe. Bij opening van de girorekening kreeg de klant een SETJE VAN 5 kaarten die elk tot f 100,- waren gegarandeerd. Gebruik (en soms misbruik) daarvan leidde tot debetstanden. Doordat de winkelier het geld van de Girobetaalkaart gegarandeerd kreeg, kon de klant rood komen te staan. Daarmee werden de girobetaalkaarten een soort krediet. (zie ook de anekdote over Girobetaalkaarten als vakantie-krediet in Blauw Bloed).

Bij langdurige debetstanden werden er DEBITEURENADVISEURS naar de klant gestuurd om in een goed gesprek te wijzen op de verplichtingen en ook de klant te leren hoe met geld om te gaan. Deze adviseurs hadden toen ook een opvoedende taak. De giro was nog een overheidsdienst....

Om misbruik te verkomen werd in de tachtiger jaren de screening vooraf aangescherpt. Even is gedacht aan registratie van vreemdelingenstatus, maar dat zou discriminatie opleveren. Evenals het (voornamelijk en aanwijsbaar) hanteren van POSTCODE als criterium voor het ja/nee verstrekken van een setje van 5 Girobetaalkaarten.

Om oninbare debetstand van een REKENING te voorkomen, werden statistiche methoden bedacht om het 'afglijden in roodstand' tijdig te signaleren. Maar als de ontwikkeling negatief was op één rekening, dan kon op een andere rekening wel eens hoge creditstand voorkomen. Op een girospaarrekening bijvoorbeeld.

Vele klanten hebben wel eens een brief gehad dat ze ongeoorloofd rood stonden, terwijl er een flink bedrag op de girospaarrekening (met hetzelfde nummer!) stond. De giro was in de tachtiger jaren van de vorige eeuw nog niet zover dat de beoordeling per KLANT kon plaatsvinden. Toezenden van betaalkaarten werd dus pas stopgezet bij langdurige debetstand op de rekening.

Richard Kruijswijk

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post89

Rood staan (2)

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 07 Dec, 2009 12:38
In de Postchèque- en Girodiensttijd, begin van de jaren 60 van de vorige eeuw, was de roodstand helemaal uit den boze. Het voormalige P.T.T.-bedrijf mocht geen krediet verlenen, dat gold zowel voor de particuliere als de zakelijke rekeninghouders, zoals vroeger hun klanten werden genoemd. Pas bij het invoeren van kaschèques en later girobetaalkaarten werd dit pas mogelijk.

Vóór die tijd werden alle afschrijvingen geboekt tot een saldo van vijf gulden positief. Dit gold dus voor chèques, overschrijvingen, acceptgiro’s ( een typisch Giroproduct ), incasso’s en periodieke overschrijvingen. Voor de eerste producten werd het saldo nog 3 extra dagen afgetast en als dan het saldo nog niet voldoende was aangevuld, gingen deze opdrachten dus na 4 werkdagen retour naar de rekeninghouders. In het vakjargon van de P.C.G.D werden dat de z.g. 4de-dags geendekkingen genoemd.

Naar ik meen was er maar één uitzondering op die regel en dat betrof een ambtshalve overschrijving wegens te betalen rechten voor voornamelijk zakelijke rekeninghouders.
Daarnaast was het bedrag van vijf gulden ook bepaald om de kosten van giro- en chèqueboekjes te kunnen afschrijven. Wanneer dergelijke kosten werden afgeschreven spraken we bij de P.C.G.D. over rechtenbriefjes en die stonden dan vermeld op lijsten, gkt. 1081 genaamd.

Bij onvoldoende saldo liepen overschrijvingen, acceptgiro’s en chèques maximaal
4 werkdagen in het girale verwerkingsproces mee. Deze opdrachten kregen een soort rode kool kleurige bonnetje, en de aangehouden opdrachten werden voorzien
van de datum van aanhouding.

Ik herinner me nog dat bij het invoeren van gegarandeerde betaalmiddelen er op de afdeling Inlichtingen ( het huidige Klantenservice ) sommige collega’s er maar moeilijk aan konden wennen, dat rekeninghouders met hun saldo negatief stonden.
Er kwamen toen voor het eerst situaties voor dat b.v. de huishuur niet betaald kon worden omdat de klant eerder bovenmatig gebruik had gemaakt van kaschèques en/of betaalkaarten. Deze gegarandeerde betaalmiddelen werden eerder afgeschreven dan de huur d.m.v. een overschrijving.
Het omgaan met een ( verkapte vorm ) van krediet was voor de klant moeilijk en een nieuw fenomeen, maar dat was het ook voor de giromedewerkers.

Hedentendage beseft de klant m.i. onvoldoende hoe duur de debetrente eigenlijk is. Anders gezegd: je betaalt procentueel veel geld voor een opgelopen negatief
saldo.


Kees de Ridder

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post86

Herinneringen aan OBV (6) - De kantoren

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 08 Oct, 2009 10:33
Frans Hoogstede werkte 44 jaar bij de giro. In een zesdelige serie blikt hij terug.


Arnhem:
Rijnkade, vijf geschakelde barakken op de plaats waar nu de oprit voor de Nelson Mandela-brug is gesitueerd (de ‘golven’). Direct aan de Rijn dus.
Oude Kraan, ook een noodgebouw dat tijdens mijn diensttijd (’63 /’64) ten westen van het gebouw Rijnkade werd opgetrokken. Ik herinner me de nachtelijke tochten met een kar met bakken ponskaarten tussen deze twee gebouwen.
Kerkstraat Arnhem, een fraai, nu nog bestaand gebouw, waarin opleidingen werden gegeven
Archief Duiven, opslag voor onder andere de dagelijkse duplicaat gegevenstapes (zoals met Saldi en NAW)
Ahrendgebouw, (Velperweg) waarachter vaak nog parkeerplaatsen waren als bij het gebouw Molenbeeke geen plaats meer was.
Molenbeeke, een gezellig klein kantoortje waar we in de loop der jaren twee perioden gehuisvest zijn geweest vanwege ruimtegebrek in het Kruisgebouw.
Velperweg, kruisgebouw: verdrong eind jaren zestig een aantal fraaie bomen en monumentale villa’s op de Velperweg. Een enorm gebouw voor die tijd dat vanaf 1968 werd betrokken.

Den Haag:
Beatrixlaan, de CADM ofwel Centrale administratie. Vierkant kantoorgebouw.
Spaarneplein, de eerste vestiging van de PCGD. Een fraai gebouw waarvan de monumentale hal en de vrij unieke jacobslift nog het meest indruk op me hebben gemaakt.
Laan van Meerdervoort, waar onze directie lang heeft gezeteld.
Zeestraat: klein kantoor waarin voornamelijk ontwikkelaars waren gehuisvest. Schuin tegenover Panorama Mesdag met een parkeergarage alleen bereikbaar met een enge autolift.
Vissekom (Bontekoekade); modern vierkant gebouw dat zijn naam dankte aan zijn volledig glazen buitenkant. Nooit goed de weg in kunnen vinden. Je bereikte het via het fraaie station Hollandspoor.

Amsterdam:
Leeuwenburg aan de Amstel: hadden ze nooit moeten verlaten. Ideaal gesitueerd: pal aan het station.
Haarlemmerweg, na de verplaatsing van het station Sloterdijk een stuk minder makkelijk bereikbaar.
Een hele partij gebouwen in ZO die ik met wisselende frequentie heb bezocht: Amsterdamse poort, Nieuw amsterdam, Financial plaza en de Olifant (hoe bedenken ze de namen).

Gouda:
Codeercentrum, een laagbouw vol onnavolgbaar snel tikkende dames die de geschreven mutaties vertaalden in ponsgaatjes.

Zoetermeer:
Een te automatiseren drukkerij-administratie..

Leeuwarden:
Avero: tegenover het station.
Zwei (de paddestoel).
Philips (bevolkt door onze Friese ontwikkelaars).
En ook nog eventjes: een gebouw bij “Us mem” (een standbeeld, een friese ode aan de koe), waarvan ik de naam niet meer kan achterhalen.

Dit was het laatste deel van een serie met OBV-herinneringen van Frans Hoogstede.

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post75

Herinneringen aan OBV (5) - SenP

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 06 Oct, 2009 16:34
Frans Hoogstede werkte 44 jaar bij de giro. In een zesdelige serie blikt hij terug.

S en P: Systeemanalyse en Programmering.
Later heeft deze afdeling nog vele namen gekend: cdAUT (concerndienst Automatisering), DIT (Divisie InformatieTechnologie, en verschillende variaties op SO (SysteemOntwikkeling)

Ontwikkelen was in 1976 nog simpel: je had programmeurs en later systeemanalysten en daarmee waren de functies wel op. Volmac was toen nog niet in beeld: we begonnen met een aantal kandidaten aan een algemene automatiseringsopleiding bij een onderdeel van Post: Directoraat automatisering (DAUT) in Leidschendam. Gedurende vier weken werden we ingewijd in de geheimen van hardware, schema’s en tabellen, (basic) programmeren en bestandsorganisatie.
Ik herinner me dat we met een aantal gelukkigen de eerste week in een gribushotelletje in Voorburg bivakkeerden. Dat beviel toch niet zo geweldig want daarna zijn we op en neer aan het reizen geslagen. Al met al denk ik, dat hetgeen we daar toen hebben geleerd, thans gemeengoed is op de basisschool.
Geslaagd en wel keerden we terug op ónze basis en konden we … verder met studeren want er moest in zelfstudie COBOL en ASSEMBLER worden geleerd. Onder leiding van een ervaren programmeur konden daarna de eerste stapjes worden gezet op het programmeerpad.
Een programma schrijven betekende toen nog: de instructieregels op (speciaal) papier zetten, in hokjes, in blokletters, zodat de codeersters dit gemakkelijk konden overnemen. Naar een speciale sectie van Codering brengen. Gecodeerde 80 kolomskaarten controleren en eventueel laten herstellen. Dan wandelde je vol verwachting naar de computerzaal om je kaarten in te lezen, een proefrun te maken en je coding op papier te krijgen. Vol verwachting, omdat je de eerste keren er van uit ging, dat je foutloos gewerkt had. Dat is mij (en veel collega’s) echter in al die jaren nooit gelukt: er was altijd wel íets mis. Dan ging het procesje weer opnieuw draaien: foutjes aangeven, roltrappen op om te laten coderen of verbeteren, en weer terug naar de computer …. totdat je ook werkelijk resultaat boekte en zowaar het machien teruggaf, dat er geen systax-fouten meer in het programma zaten. Dan moest uiteraard nog worden getest of het programma deed, wat je klant en jij hadden bedoeld.
Dat waren ook de jaren, dat je als programmeur zowat je eigen werk schiep: de afdelingen of managers waren blij als je hen op de mogelijkheden van de computer binnen hun proces wees. “Verslagje zo?”. “O, kan dat ook al, doe maar!” Niks requirements. Niks functioneel ontwerp.
Grotere systeemtesten deed je met een paar man ’s avonds als de computer (IBM 360) toch niet werd gebruikt. Kwestie van aanzetten, opstarten en draaien. Het leven was toen nog simpel.

Wordt vervolgd.

Dit is deel 5 van een zesdelige serie met OBV-herinneringen van Frans Hoogstede.

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post74

Herinneringen aan OBV (4) - Elektronische Verwerking

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 05 Oct, 2009 14:25
Frans Hoogstede werkte 44 jaar bij de giro. In een zesdelige serie blikt hij terug.

1967: het computertijdperk had al een tijdje zijn intrede gedaan en na het behalen van mijn MULO-diploma mocht ik daar ook een onderdeel van gaan uitmaken. Ik werd opgeleid tot operator bij de IBM 1401. Op het laatst stonden er 14 van deze computers waar de massale voor-verwerking op werd gedaan. Dat was dan het inlezen van de diverse soorten opdrachten en het sorteren daarvan. Daarnaast stond er nog een vijftal waar alles werd samengevoegd en waar de boeking plaats vond.
Ergens in het computermuseum staat nog wel zo’n apparaat. Ze vulden per stuk ongeveer een huiskamer en hadden naast een inleeseenheid 5 manshoge tape-units en een centrale processor met een intern (ringetjes) geheugen van naar ik meen wel 64 kilobytes!
Het opdrachtenpakket werd weggewerkt in afwisselend een dag- en een nachtshift met begintijden van resp. 08.00u en 23.30u en variabele eindtijden.
Programma’s werden op ponskaarten aangeleverd en per stuk ingelezen (programma inlezen, opstarten en uitvoeren, resetten en het volgende programma inlezen). Het aftasten van de ponskaarten gebeurde, door deze tussen een rij borsteltjes en een koperen rol door te voeren. Deze borsteltjes wilden nog wel eens defect raken en werden dan soms door ons vervangen cq gerepareerd als het wachten op een IBM-techneut wat ongelukkig uitkwam. Solderen kon ook met een aansteker (die had bijna iedereen: roken was toen nog niet ongezond)!
Het einde van een tape werd gemarkeerd door een spiegelend plakkertje. Het kwam ons wel eens goed uit om een tape-einde te forceren: dan werd het glimmend vlak van een gewone schaar tussen tape en fotocel gehouden. Overigens werd op EV vooral hard gewerkt, temeer omdat de dienst eindigde en richting huis kon worden gegaan op het moment dat alle opdrachten waren verwerkt.

Wordt vervolgd.

Dit is deel 4 van een zesdelige serie met OBV-herinneringen van Frans Hoogstede.

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post73

ING koopt tafelzilver terug

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 03 Oct, 2009 18:21
OUTSOURCING MISLUKT

De ING heeft deze week bekend gemaakt dat de outsourcing (verkoop) van het Mailingcentrum in Leeuwarden en andere documentverwerkende afdelingen en processen aan RR Donnelley definitief wordt teruggedraaid. Per 1 december zullen de betrokken medewerkers - na ruim 2 jaar - zich weer ING-er mogen noemen.

Uit het ING-bericht:
"Na de aankondiging van de voorgenomen voortijdige beëindiging van het Docking contract in juni, heeft overleg plaatsgevonden met zowel de ondernemingsraden van RRD en ING over de ingediende adviesaanvragen, als met de vakbonden over het arbeidsvoorwaardenprotocol.
De overgang naar ING betreft ongeveer 800 medewerkers, verdeeld over Nederland, België en Polen. In de komende maanden zullen alle activiteiten, medewerkers en assets naar ING worden overgedragen, en zal ING per 1 december 2009 (en voor Polen per 1 oktober 2009) de verantwoordelijkheid en de uitvoering van de activiteiten overnemen
."

In het boek 'Blauw bloed, opkomst en ondergang van de Postbank' werd uitgebreid stilgestaan bij deze outsourcing (verkoop) van onder andere het Mailingcentrum (blz 205 ev).

Al bij de eerste plannen voor het outsourcen van de documentverwerking klonk - ook binnen de Postbank - de vraag waarom een dergelijk proces, dat voor een directbank zonder kantoren tot de kern van het bedrijf hoort, aan een extern bedrijf overgedaan moest worden. Het verkopen van wat op dat moment waarschijnlijk het grootste mailingcentrum van Nederland was, met alle kennis en ervaring, paste in de megalomane strategie van de ING. Niet langer de diensten aan de klanten, maar een jaarlijkse groei van de winst van het moederbedrijf stond voorop, om daarmee de koersen en de aandeelhouderswaarde te doen stijgen.
Door de verkoop onstond een korte-termijn winst, maar stapelden de, ook in het boek beschreven problemen, zich op. Kostenbesparing door schaalgrootte bleek niet haalbaar, niet-ING klanten werden nauwelijks gevonden, en alle flexibiliteit in het proces was vervangen door moeizame onderhandelingen over wat wel en wat niet onder het contract viel.

Door het terugkopen van deze processen en afdelingen verzekert de ING zich van een ongestoorde en soepele afwerking van de documentverwerking.

Blijft wel de vraag of de managers die nauwelijks drie jaar geleden hiertoe besloten en de managers die zo soepel dit bedrijfsonderdeel verkocht hebben, nu hun hiermee verdiende bonus gaan terugstorten.

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post72

Herinneringen aan OBV (3) - De DoKa

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 02 Oct, 2009 17:08
Frans Hoogstede werkte 44 jaar bij de giro. In een zesdelige serie blikt hij terug.


Al snel toch was ik weer terug bij de afdeling Mechanische voorbereiding / tabellering; er werd nog steeds gesorteerd maar ook werden op die afdeling alle opdrachten en de afrekeningen op microfilm gezet. Deze films (Kodak, 16 mm) werden direct na oplevering in-huis ontwikkeld: mislukte er iets tijdens opname of ontwikkeling dan kon dat nog worden hersteld voordat alles het huis uit was of was opgeborgen.
Ik heb me met nog drie collega’s tot 1967 nuttig gemaakt in dit proces. Naast het filmen waren we vooral bezig in de donkere kamer: een ruimte bestaande uit twee kamers met een lichtsluis tussen het lichte en donkere deel.
In afwisselend dag en nachtdienst zorgden we er voor, dat de films werden voorzien van een label, in de donkere kamer met een ammoniak mengsel werden ontdaan van de anti-halo-laag, op het gevoel! werden opgespannen op een metalen raam van ongeveer 70x70 cm, een nauwkeurig aantal minuten werden neergelaten in een roestvrij stalen bak met ontwikkel-vloeistof (wekker!) en daarna in een bad met fixeer. Dan kon raam met film in een spoelbak/lichtsluis om na een eerste inspectie aan de andere zijde van de wand in de droogkast zijn uiteindelijke vorm te krijgen en met een viewer te worden gecontroleerd op ontbrekende/mislukte gedeeltes.
Al met al een procedure waar nogal wat wachttijd in zat, een tijd die ik meestal nuttig besteedde met het maken van huiswerk: ik wilde toch nog wat bijleren.
Ik herinner me vooral de nachten: behalve de portier was ik dan vaak de enige in het hele pand aan de Rijnkade. Daarbij speelde zich een deel van het werk af in het donker. Radio’s waren er niet dus zorgde ik zelf maar voor muziek: ik heb ook daar al heel wat af gefloten.
Een enkele maal kregen we bezoekers: voor kleine rondleidingen waren we een dankbaar onderwerp. Omdat dat vaak stoorde hebben we op zekere dag de ammoniakfles wat meer geleegd dan strikt noodzakelijk. Wíj hadden daar geen last meer van maar onze laatste! bezoekers gingen met betraande ogen snel naar een andere bezienswaardigheid.

Wordt vervolgd.

Dit is deel 3 van een zesdelige serie met OBV-herinneringen van Frans Hoogstede.


  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post71

Herinneringen aan OBV (2) - Sorteren

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 30 Sep, 2009 11:09
Frans Hoogstede werkte 44 jaar bij de giro. In een zesdelige serie blikt hij terug.

MVB (Mechanische Voorbereiding)
In april 1962 was de overgang op ponskaartjes in volle gang en mocht ik me gaan bekwamen om het mechanisch bedrijf te ondersteunen. Het handmatig sorteren werd overgenomen door machines. Daar kwam ook nog wel handwerk bij kijken maar nu kwam het aan op de snelheid die je ontwikkelde bij het vullen en leeghalen van de magazijnen van de machine. Vooral geen stapel laten vallen of een bak (met 2000 ponskaarten) omstoten want dan kon je dus opnieuw beginnen. De rijen saaie bureaus met ritselende formulieren waren vervangen door een aantal rijen ratelende sorteermachines.
Een volgende bewerking op weg naar de automatisering was het machinaal tellen en afdrukken van de gironummers en bedragen uit de ponskaarten. Dan moest je zo’n apparaat (tabelleermachine) wel eerst duidelijk maken wat je wilde. Dit ‘programmeren’ geschiedde nog met behulp van kabeltjes met aan beide zijden een stekkertje die op een bepaalde wijze velden en functies op een gaatjesbord (30x30 cm?) met elkaar verbond. Al een soort programmeren dus. Voor deze techniek heb ik eind 1962 de Basiscursus ponskaartentechniek (Hollerith) en begin 1963 de praktijkcursus IBM machines in de grote stad Amsterdam (IBM Frederiksplein) gevolgd. De afstanden waren toen nog veel groter dan nu en die twee dagen cursus waren voor mij dan ook een spannend avontuur.

Wordt vervolgd.

Dit is deel 2 van een zesdelige serie met OBV-herinneringen van Frans Hoogstede.


  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post70

Herinneringen aan OBV (1) - Sorteren

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 29 Sep, 2009 08:43
Frans Hoogstede werkte 44 jaar bij de giro. In een zesdelige serie blikt hij terug.

Stel je een grote zaal voor met aan beide zijden van het middenpad een aantal rijen van twee maal vijf houten buro’s. Je overbuurman zag je niet want die was afgeschermd door een verticaal bord, ongeveer hetgeen we nu in onze kantoortuin hebben maar dan van degelijk hout.

VB/Sort (Voorbereiding/Sortering)
Dat was nog eens een afdeling waarvan de afdelingsnaam exact aangaf, wat er gebeurde. Ik zat hele dagen slappe overschrijvingsformulieren handmatig te sorteren en dat gedurende 45 uren: 5 dagen van acht uur en de zaterdag tot 13.00u. Van RSI hadden we nog nooit gehoord maar de eerste dagen had ik flink spierpijn in armen en polsen.
In dat sorteren zat een strak schema: eerst werd op rekeningnummer-af op duizendtallen gesorteerd (grof sorteren) en daarna kreeg iedereen een stapel om “fijn” te sorteren. Als het dag-pakket formulieren op volgorde lag werden deze verdeeld over de tafels van de afdeling Rekening-Courant (RC). Op RC waren de invoer voor het (af-)boeken van de rekeningen. Dit al “geautomatiseerd” met behulp van Adler of Burroughs boekhoudmachines. Als dit was gebeurd begon het riedeltje opnieuw met het sorteren op nummer-bij.
De afdeling RC was voorbehouden aan de afgestudeerden: degenen die het mulo-diploma wél in de zak hadden. Van horen zeggen: er heerste daar een streng regiem betreffende het kloppen van de “boekhouding”. Alle bedragen werden getotaliseerd en het kleinste verschil in de totale dagbalans moest worden opgelost: voor een cent verschil werd massaal overgewerkt.
De locatie in 1961 was het gebouw Rijnkade, vijf geschakelde barakken op de plaats waar nu de oprit voor de Nelson Mandela-brug is gesitueerd (de ‘golven’). Direct aan de Rijn dus, waarbij mij een tragische gebeurtenis met een silo met zand, waarbij een spelend kind onder een schuivende lading zand om het leven kwam, nog helder voor ogen staat. Een gebouw ook met wat gebreken: op hete dagen werd door de bedrijfsbrandweer water op de daken gespoten ter koeling.

Wordt vervolgd.

Dit is deel 1 van een zesdelige serie met OBV-herinneringen van Frans Hoogstede.

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post69

Bankbeurt en de kist

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 25 Jul, 2009 09:46

Wat nu externe harde schijven zijn, waren in de jaren zestig magnetische banden op grote spoelen.

Wat nooit veranderd is in al die jaren, is de noodzaak om een back-up te maken van de gegevens op je computer. Er kan altijd brand uitbreken, een computer kapot gaan, noem maar op. Om te zorgen dat het giroproces altijd kon ‘terugvallen’ (opnieuw beginnen met de situatie en gegevens van vlak vóór de storing), werden dagelijks duplicaten van de gegevenstapes naar een ander gebouw gebracht.

Doordat steeds meer girorekeningen via de computers werden geadministreerd, nam het aantal duplicaattapes toe. De timmerwerkplaats van het girokantoor in Arnhem kreeg opdracht om een kist te maken waar flink wat tapes in pasten. Het resultaat was een in vakken verdeelde ‘doodskist’waarin aan het einde van de dienst de belangrijke duplicaatbestanden van alle IBM 1401 systemen werden verzameld.

Deze kist werd door de operator die ‘bankbeurt’ had, met de chauffeur van dienst, naar een ruimte in de kelder van de Amsterdamse Bank in Arnhem gebracht. Maar de kist was erg lang, en niet door één man te tillen. Omdat er geen lift was in het gebouw, betekende dit dat bij het brengen van de tapes, men de kist over de trap naar beneden liet stuiteren. Er werd veel geklaagd over het ontbreken van de lift en over rugklachten na een bankbeurt, maar het bleef een taak voor telkens één operator om de tapes veilig weg te brengen.

Pas na enkele jaren werd voor een ander extern gebouw gekozen, waar wel een lift aanwezig was.

Joop Kolkman

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post41

Grijpklare tapes

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 22 Jul, 2009 17:35

Tijdens de dagelijkse boekingsgangen (het overboeken van het geld van de ene rekening naar de andere), werd een groot aantal computertapes gebruikt. In die tijd waren dat de ‘externe harde schijven’ van het geautomatiseerde systeem van de PCGD.

De tapes werden keurig in rekjes neergezet die naast de computersystemen stonden. Zolang de boekingsgang niet was afgerond waren deze computertapes essentieel voor een goed verloop van het giroverkeer. Als er één of meer tapes verloren zouden gaan, zou het extreem veel tijd en moeite kosten om het proces weer aan de gang te krijgen. Daarom werd er regelmatig getest of de tapes (die erg belangrijk waren om terug te kunnen vallen naar een vorige boekingsgang) daadwerkelijk in de rekjes met grijpklare tapes werden veiliggesteld.

De chef Bedrijfzelfbescherming kwam op de computerzaal binnen en riep luidkeels “brand!”. De operators moesten per computersysteem met het rekje met ‘grijpklare’ tapes naar de gang rennen. Daar werd gecontroleerd of in de rekjes inderdaad alle nodige duplicaattapes lagen.

En dat er niet per ongeluk een tape even op een ander kastje was neergelegd.

Joop Kolkman

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post33

Handschriftherkenning

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 12 Jun, 2009 16:19

Het boekingsproces van de Postgiro is enorm. Rondom dit boekingsproces zijn zeer veel innovaties gedaan om ondanks de omvang het geheel beheersbaar te houden. Een fraai voorbeeld is de handschriftherkenning.

De gegevens die een klant op het overschrijvingsformulier schrijft, namelijk het over te maken bedrag en het rekeningnummer waar het bedrag op gestort moet worden, moeten in de computer ingevoerd worden om in het boekingsproces te kunnen worden verwerkt. In de zeventiger jaren gebruikt de Postgiro ponskaarten als overschrijvingsformulieren. De codeersters die de met de hand ingevulde gegevens in een ponsmachine intoetsen, zodat deze gegevens in machineleesbare gaatjes in de kaart worden geponst, halen ongeveer 600 kaarten per uur. Ondanks dit fabelachtige tempo, heeft de Postgiro 800 ponsmachines in gebruik om de kaarten te coderen en de gecodeerde kaarten te controleren.

Nadat proefnemingen met verschillende soorten optisch leesbare overschrijvingsformulieren mislukken omdat er een te groot aantal fouten optreedt, zet de PTT (waar de Postgiro onderdeel van is) een ongebruikelijke stap. De noodzakelijke innovatie wordt niet verder gezocht bij de specialisten van de PTT zelf, maar buiten de organisatie. De PTT-directie schrijft een prijsvraag uit: “Er is echter een hardnekkig probleem overgebleven: de automatisering van de invoer der numeriek gegevens, zoals die in giro-opdrachten zijn vervat. Nog steeds moeten elke dag bijna één miljoen girokaarten stuk voor stuk worden voorbewerkt. PTT grijpt de gelegenheid van het tiende lustrum van de Postcheque en Girodienst gaarne aan om dit automatiseringsprobleem in de vorm van een studieprijsvraag aan geïnteresseerden voor te leggen.” En vorm van open innovatie die in 2009 nog steeds als uiterst modern wordt gezien.

De eerste prijs is vijfentwintigduizend gulden. De PTT krijgt ruim vijfhonderd inzendingen. Uiteindelijk wint een ingenieur van de PTT zelf, die in zijn vrije tijd aan de slag was gegaan, de wedstrijd.

De introductie van het automatisch lezen kent nog vele obstakels. De betrouwbaarheid van de machines is in eerste instantie niet erg hoog. Om de niet-volmaakte machines toch goed te kunnen gebruiken, worden de eerste jaren machines ingezet ter controle van het ponswerk van de menselijke codeerders. De kans dat een mens dezelfde fout maakt bij het intypen als de machine bij het controleren bleek nagenoeg afwezig.

De vele jaren van onderzoek hebben geleid tot vele innovaties en een bijna volledig geautomatiseerde handschriftherkenning. In de periode 1968 tot 1983 verkreeg de PTT acht wereldwijde octrooien voor de innovaties die bij de Postgiro werden ingezet.

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post5

PL1 en Cobol

ProcessenPosted by Wichert van Engelen 12 Jun, 2009 16:17

“Binnen de Postbank hebben we nog flink wat programmatuur die geschreven is in PL1 (Programming Language 1) en Cobol. PL1 wordt niet langer door de makers ondersteund. We konden deze programma’s omzetten naar een nieuwere versie van PL1 die nog wel wordt ondersteund. Dat zou 15 miljoen euro kosten. Omzetten naar Cobol kost 11 miljoen. En het zit nog overal in de kernsystemen van de Postbank: betalen, sparen. Allemaal eigen geschreven programmatuur.

Let wel: wereldwijd zijn de banken de grootste automatiseerders. Wat we hebben uitgegeven in al die jaren is gigantisch veel. We hebben heel veel eigen programma’s geschreven. Zeker in de beginperiode. Later werden er wel kant-en-klare pakketten gekocht. Maar dan waren we ondertussen al zo gewend aan onze eigen processen en denkwijzen, dat we die pakketten voor heel veel geld gingen aanpassen.

In de Telecommunicatiewereld en in ziekenhuizen en dergelijke wordt er veel meer met standaard spullen gewerkt. Een voorbeeld is de vliegwereld. Als je een nieuwe luchtvaartmaatschappij begint neem je gewoon een licentie op het centrale ticket- en reserveringensysteem IATA. En daar doe je het mee. Wat doen banken? Kijk bijvoorbeeld naar Base24, het programma dat wij gebruiken voor betaal- en geldautomaten. Dan zeggen we dat er service is die specifiek is voor onze bank. En dan moet dit erin, en dat erin. We kopen een licentie voor 2 miljoen en verbouwen er vervolgens nog voor 3 miljoen aan.

Het nadeel is dat als je niet het standaardpakket gebruikt, je jaren later als je aanpassingen wilt aanbrengen, of wilt onderhouden, nog eens heel veel geld extra uitgeeft.”

Projectleider

  • Comments(0)//anekdotes.blauw-bloed.nl/#post3